Dan heb je wel foto’s, maar nog niet per se een beeldbank waar je mee vooruit kunt
Een employer-brandingshoot kan prachtige beelden opleveren. Alleen heb je daar niet zoveel aan als je later ontdekt dat er nergens ruimte voor tekst zit of dat drie foto’s eigenlijk bijna hetzelfde doen.
Voor mij zit de waarde daarom niet alleen in de foto zelf.
De echte vraag is: hoeveel verschillende mogelijkheden geeft zo’n beeldbank je daarna?
Een goede beeldbank helpt je om sneller te werken, minder vaak opnieuw iets te moeten organiseren en makkelijker het juiste beeld te vinden voor het juiste moment.

Denk vooraf al na over waar je de beelden voor wilt gebruiken
Tijdens een ontdekkingssessie vraag ik daarom niet alleen wat iemand wil laten zien, maar ook waar de beelden straks terechtkomen.
Gaan ze vooral op de website staan?
Hebben jullie regelmatig nieuwe vacatures?
Worden er campagnes gemaakt voor social media?
Gebruikt communicatie de beelden ook voor presentaties, drukwerk of interne verhalen?
Dat lijkt misschien een praktisch detail, maar het heeft veel invloed op hoe ik uiteindelijk fotografeer.
Een beeld dat prachtig werkt als brede banner op een website, hoeft bijvoorbeeld helemaal niet geschikt te zijn voor een verticale LinkedIn-post. En een close-up die sterk werkt in een campagne vertelt weer iets anders dan een overzicht waarin je de hele werkomgeving ziet.
Daarom probeer ik tijdens een shoot niet alleen te denken aan wat vandaag nodig is, maar ook aan wat jullie over een paar maanden misschien willen vertellen.

Eén situatie kan meer dan één bruikbare oplossing opleveren
Wat ik zelf jammer vind, is wanneer een organisatie na een shoot een aantal beelden krijgt die technisch allemaal goed zijn, maar inhoudelijk bijna hetzelfde voelen.
Dan heb je misschien tien foto’s, maar eigenlijk maar één mogelijkheid.
Ik zoek veel liever naar variatie die ergens voor dient.
Van eenzelfde situatie kan ik bijvoorbeeld eerst wat verder weg fotograferen, zodat je ziet waar iemand werkt en wat er om die persoon heen gebeurt. Daarna dichterbij, zodat je meer contact en emotie voelt.
Misschien ontstaat er nog een detail dat iets vertelt over het vak of het werk. Zo krijg je beelden die bij elkaar horen, maar niet hetzelfde doen.
Een beeldbank moet verschillende verhalen kunnen vertellen
Niet ieder verhaal binnen een organisatie heeft dezelfde energie.
Sommige beelden mogen rustig zijn. Andere juist wat dynamischer.
Bij het ene verhaal wil je vooral vakmanschap laten zien, terwijl bij een ander juist de relatie tussen mensen belangrijk is. Dat verschil vind ik interessant.
Want als al je beelden dezelfde uitstraling, afstand en compositie hebben, wordt de beeldbank al snel vlak. Terwijl een organisatie veel meer kanten heeft.
Misschien wil je in een vacature laten zien hoe een team samenwerkt. Op LinkedIn juist een persoonlijk verhaal over één medewerker vertellen. En voor een campagne heb je misschien een beeld nodig dat van een afstand meteen aandacht trekt.
Dan helpt het als je tijdens één shoot al verschillende soorten beeld hebt opgebouwd.

Fotografeer dichtbij én ver weg
Tijdens een shoot probeer ik daarom bewust te wisselen.
Een overzicht waarin je de omgeving begrijpt.
Een half totaal waarin de samenwerking sterker wordt.
Een close-up waarin een blik, een hand of een klein moment ineens belangrijk wordt.
Horizontaal. Verticaal. Soms veel omgeving. Soms juist bijna niets.
Niet omdat ik zoveel mogelijk variatie wil maken om de variatie zelf, maar omdat ieder beeld later een andere functie kan krijgen.
Een foto met veel ruimte naast een medewerker kan bijvoorbeeld heel bruikbaar zijn wanneer er tekst overheen moet komen. Een close-up heeft die ruimte misschien niet nodig, maar kan juist veel sterker werken bij een persoonlijk verhaal.
Dat weet je niet altijd allemaal vooraf. En je kunt er wel rekening mee houden.

De beste beelden staan soms niet op het lijstje
Vooraf plannen vind ik belangrijk. Hoe duidelijker we weten wat nodig is, hoe kleiner de kans dat we na afloop denken: hadden we dat nu ook maar gemaakt.
Tegelijk wil ik tijdens het fotograferen ruimte houden om af te wijken van het plan.
Soms gebeurt er iets waarvan ik meteen denk: dit stond nergens op ons lijstje, maar dit moeten we hebben. Of ik maak bewust een beeld waarvan de klant vooraf niet heeft gevraagd.
Dat vind ik juist leuk.
Want soms kijkt iemand later naar zo’n foto en zegt: “Daar had ik helemaal niet aan gedacht, maar dit kunnen we hier perfect voor gebruiken.”
Daar zit voor mij ook een deel van de waarde van samenwerken. Ik wil niet alleen uitvoeren wat er op een lijst staat, ik wil ook blijven kijken naar mogelijkheden die op dat moment ontstaan.

Efficiënt werken betekent niet zo snel mogelijk fotograferen
Bij een grotere organisatie kun je meestal niet alles in één dag fotograferen. Dan kijken we vooraf waar we de meeste variatie kunnen maken.
Misschien is er een werkruimte waar verschillende medewerkers samenkomen en waar veel verschillende handelingen plaatsvinden. Dan kun je daar in relatief korte tijd veel verschillende beelden maken.
Of er staat al maanden een vacature open voor een bepaalde functie. Dan kan het veel slimmer zijn om juist dat verhaal als eerste goed zichtbaar te maken.
Voor mij gaat efficiëntie daarom niet alleen over hoeveel foto’s je per uur kunt maken. Het gaat er vooral om dat je de tijd gebruikt voor beelden waar een organisatie echt iets aan heeft.

Een beeldbank groeit mee met je organisatie
Ik zie een employer-brandingbeeldbank daarom niet als iets wat je één keer maakt en daarna vijf jaar laat staan.
Mensen veranderen. Teams veranderen. De organisatie verandert.
Er komen nieuwe functies, nieuwe locaties en nieuwe verhalen. En soms ontdek je na een eerste shoot pas welke beelden veel gebruikt worden en waar nog iets ontbreekt.
Dat is helemaal niet erg. Sterker nog, ik vind het juist prettig wanneer een beeldbank stap voor stap groeit. Dan kun je steeds beter zien wat werkt en welke verhalen nog aandacht verdienen.
Zo wordt fotografie geen losse opdracht, maar iets wat onderdeel wordt van de communicatie van een organisatie.
Een beeldbank moet vooral bruikbaar zijn
Uiteindelijk vind ik dat misschien wel het belangrijkste woord: bruikbaar. Een beeld kan nog zo mooi zijn, als niemand weet waar hij het voor kan inzetten, schiet je er weinig mee op.
Daarom denk ik tijdens het fotograferen steeds een stap verder.
Waar zou dit beeld kunnen werken?
Hebben we hier ook een verticale variant van nodig?
Is er genoeg ruimte voor tekst?
Hebben we ook een close-up?
Vertelt dit iets anders dan de foto die we net hebben gemaakt?
Zo probeer ik niet simpelweg zoveel mogelijk foto’s te maken, maar verschillende mogelijkheden te creëren.


